Hagel

 

Hagel is een vorm van neerslag die bij stevige buien voorkomt. Hagelstenen zijn klompjes ijs die ontstaan in sterk verticaal ontwikkelde buienwolken (Cumulonimbus). De top van de wolk ligt op minstens 5 of 6 kilometer hoogte. Bij buien met hagel komt vaak ook onweer voor.

In de buienwolk ligt de temperatuur van de lucht bovenin de wolk ver onder het vriespunt (kouder dan -20 graden) en is het onderin de wolk boven nul. Bovendien bevinden zich veel onderkoelde waterdruppels in de wolk. Dat zijn druppels die kouder zijn dan nul graden, maar niet bevroren zijn (ze zijn vloeibaar omdat er weinig vrieskernen hoog in de lucht aanwezig zijn). In de wolk vinden sterke verticale luchtstromingen (convectie) plaats, waardoor de ijskristallen en druppels op en neer geslingerd worden. Onderin de wolk groeien de ijsklompjes doordat (onderkoelde) waterdruppels rond het ijskristal gaan zitten. Bovenin de wolk bevriest dat water en zo vormen zich ijslaagjes rond de hagelsteen. Als je een hagelsteen doorsnijdt en de laagjes ijs telt, kun je zien hoe vaak de hagelsteen op en neer geslingerd is.

Hagel is in onze omgeving vooral schadelijk in de zomer. Dan ontstaan er door de hoge temperaturen soms flinke buien waarbij grote hagelstenen kunnen ontstaan die gemakkelijk kassen en planten kunnen beschadigen. In de winter zijn de wolkentoppen meestal minder hoog en is het kouder waardoor er geen hagelstenen ontstaan, omdat de wolken dan grotendeels uit ijskristallen bestaan. In de winter zijn het dan ook hagelkorrels in plaats van hagelstenen en die worden ook niet zo groot. Meteorologen maken dan ook een onderscheid tussen hagel, soms zomerhagel genoemd, die in de zomer (maar ook in de lente of herfst) voorkomt en korrelhagel, die vooral in de winter valt.