Buien

Een bui is een korte periode met neerslag, in het algemeen korter dan een uur. Wordt er langere tijd aanhoudende regen verwacht, wordt dit meestal aangekondigd met ‘regen’ of frontale neerslag. Een bui kenmerkt zich meestal door wisselende intensiteit van de neerslag.

Buien ontstaan uit wolken die sterk verticaal ontwikkeld zijn. Convectie zorgt ervoor dat zich stapelwolken (Cumulus) vormen. Bij een atmosfeer met onstabiliteit die meer dan 3 kilometer hoog reikt kunnen zich Cumulonimbuswolken van die dikte vormen. Uit deze bewolking valt neerslag. Afhankelijk van de temperatuur is dat regen of sneeuw.

De sterke opwaartse luchtstroming (updraft) veroorzaakt een snelle condensatie van vocht in de atmosfeer en de vorming van druppels of ijskristallen. Door de snelle processen valt uit buien vaak een relatief grote hoeveelheid neerslag. De opwaartse luchtstromingen worden afgewisseld met krachtige neerwaartse stromen (downdrafts) die voor de felle opklaringen rond buien zorgen. Ook veroorzaken deze neerwaartse stromen windstoten nabij de grond. Als er sprake is van een krachtige downdraft wordt dat ook wel een downburst genoemd, waarbij veel schade kan ontstaan.

 

 

Bij buien die tot meer dan 5 of 6 kilometer hoog reiken is er een zeer sterke opwaartse en neerwaartse stroming en is er sprake van het scheiden van elektrische lading tussen de boven- en onderkant van de wolk. Dit spanningsverschil leidt tot bliksemschichten waarlangs de atmosfeer het verschil in lading probeert te compenseren. Als er veel instabiliteitsenergie is en de temperatuur onderin de wolk boven het vriespunt is en boven in de wolk de temperatuur rond -40 graden is, dan kunnen zich hagelstenen vormen. De hagelstenen gaan door de up- en downdrafts meerdere keren omhoog en omlaag in de wolk, waarbij onderin de wolk vloeibaar water op de hagelsteen wordt afgezet, die steeds groter wordt en uiteindelijk te zwaar is om weer met de updraft omhoog de gaan en naar beneden valt.

Buien komen meestal voor tijdens of na het passeren van een koufront. Verder zien we vaak buien in de herfst en winter bij een aanvoer van koude lucht uit het noord(westen) over de Noordzee. Daarin ontstaan vaak gemakkelijk buien. Andere beruchte buien ontstaan in de zomer bij aangevoerde warme lucht vanuit Frankrijk, waarbij onweer en hagel vaak voorkomen.

 

Bron: KNMI

Windhoos/tornado

In de zomer gaan zware onweersbuien soms gepaard met een windhoos. Dit is een snel draaiiende trechter die indien krachtig genoeg alles op haar weg opzuigt. Sporadisch komt het tot grote schade in Nederland.

De hoos trekt met de bui mee en laat door wind en grote luchtdrukverschillen een spoor van vernielingen achter. Soms bevat de windhoos objecten die tijdens de tocht over het aardoppervlak zijn opgezogen. De zichtbare slurf bestaat net als een wolk uit waterdruppeltjes. De windsnelheden bij een windhoos kunnen zeer lokaal oplopen tot enkele honderden kilometers per uur en de passage van een hoos gaat gepaard met een enorm lawaai.

Bliksem

Bliksem is de ontlading tussen een elektrisch geladen wolk en de aarde, tussen twee of meer wolken met tegengestelde lading onderling, of binnen één wolk. De temperatuur in een ontlading loopt op tot ongeveer 30.000 graden Celsius, de gemiddelde stroomsterkte is zo'n 60 kA en de spanning loopt in de miljoenen volts. Een bliksemschicht is gemiddeld 5 tot 6,5 kilometer lang en 2,5 cm in doorsnede, maar reikt soms over afstanden van meer dan 100 kilometer. In Nederland slaat de bliksem ongeveer 100.000 keer per jaar in. 

Een bliksemontlading bestaat uit 3 deelprocessen: de voorontlading (stepped leader), de hoofdontlading, en een eventuele vervolgontlading door hetzelfde ionisatiekanaal (return stroke). De voorontlading ontstaat vanaf de wolk en springt in stappen van 50-100 meter naar het aardoppervlak en maakt daarmee het ionisatiekanaal. Dit betekent dat op een hoogte van 50-100 m boven het aardoppervlak de bliksem "beslist" waar hij gaat inslaan binnen een gebied van zeg 50 m rond het uiteinde van de voorontlading. De daadwerkelijke inslag volgt het ionisatiekanaal geproduceerd door de voorontlading. Op een hoogte van 50-100 meter maakt een geleidende pen van 2 meter hoogte weinig indruk en zal dus een zeer geringe aantrekkende werking hebben.

Een bolbliksem kan optreden bij blikseminslag. Over het precieze ontstaan daarvan zijn verschillende theorieën in omloop. Een bolbliksem kan zowel als een nachtkaars uitgaan als eindigen in een explosie en doet zich alleen voor bij onweer, vooral als het onweer zwaar is. Als dichtbij de bliksem inslaat blijft soms seconden lang een helder oplichtend object zichtbaar. Bolbliksems kunnen ook binnenshuis doordringen en schade veroorzaken.

Hondsdagen

Het tijdvak tussen omstreeks 20 juli tot rond 20 augustus, wanneer de heldere ster "Sirius" van het sterrenbeeld "De Grote Hond" gelijk met de Zon opkomt. Voor de oude Grieken en Romeinen waren de "Hondsdagen" de heetste van het jaar, voor de Egyptenaren de natste. In ons land gaan beide verklaringen op en is een vochtig warm, broeierig weertype met zo nu en dan een paar stevige buien is kenmerkend voor deze tijd van het jaar.

 

Waterhozen

Waterhozen zijn kleine trechtervormige slurfjes veroorzaakt door snel draaiende luchtbewegingen die soms onder de wolken zichtbaar zijn boven de Noordzee, de Waddenzee en het IJsselmeer. Als zo'n slurf het wateroppervlak raakt en water opzuigt wordt dat een waterhoos genoemd. Waterhozen verliezen vaak haar kracht wanneer ze boven land komen.

Waterhozen komen vaak in het najaar voor. Door koude boven luchten en warme zeewater ontstaan er vaak buien die boven het warme water een waterhoos kunnen produceren.

De hozen komen zeer plaatselijk voor en houden meestal maar kort stand. Ze zijn ook moeilijk te voorspellen.

 

Bron: Art of Thunders